In de Verenigde Staten, Canada en ook Europa worden tijdens de wintermaanden sledehondenwedstrijden gehouden. Veel sprintwedstrijden maar ook lange afstandswedstrijden. Deze Long Trails zoals ze genoemd worden, zijn een droom van iedere musher.

In het volgend verslag, de belevenissen van een musher tijdens de Croix de Sud, negen dagen wedstrijd in het Franse hooggebergte over een legendarische trail.

 

  Croix du Sud 1998

  1ste etappe: Valfrejus - Valfrejus een avondloop van 5 km.

Start om 19.00 uur. De teams starten om de twee minuten. Ons 8 honden team is om 19.22 uur aan de beurt. De honden die twee reisdagen in de boxen gezeten hebben zijn onhoudbaar en jakkeren in het tuig. Vijf, vier, drie, twee, een en go. Ik concentreer me op de route. Met een snelheid rond de veertig km. raas ik over de stoep, voor de bakker rechts en direct daarna om een betonnen kiosk links, voor de Offiche du Tourisme linksom en een direct een haakse bocht naar rechts over het dorpsplein tussen de tafels en stoelen door die daar op de terrassen staan en eindelijk wat ruimte de skihelling op naar boven. Het zweet loopt al over m’n rug meer van angst dan inspanning. Bovenaan de skihelling een goed breed pad langzaam stij­gend. Ik kan even op adem komen, de honden gaan in een rustige galop naar boven. Dan een controlepost, linksom. Diep onder me zie ik nog even heel klein de lichtjes van het dorp en dan klap ik naar beneden. Een 50 meter brede skipiste, glad als een aal en de honden gaan met volle kracht naar beneden. Ik moet proberen de slee recht achter de honden te houden en hang met volle kracht op de rem van de slee en probeer met één been bij te sturen. De piste wordt smal en nog smaller en eindigt tenslotte in een twee meter breed pad vol met hobbels waar de slee hard overheen stuitert. M’n twee sneeuwankers vallen van de slee, geen moge­lijkheid om te stoppen en ze weer vast te zetten, dus hopen dat ze niet achter een boompje blijven hangen of tegen mijn benen slaan, want dan is voor mij vermoedelijk de wedstrijd over. En scherpe bocht naar rechts en even een plat stukje, snel haal ik een anker binnen en hoor tegelijkertijd een vreemd geluid aan de linkerkant. Ik kijk om en zie zo’n tien meter netafzetting aan het andere anker hangen. Het kost me een paar minuten om alles los te pulken en verder gaan we, linksom weer een skihelling af en dan suizen we door de finish. De spits is er af.                                            De Croix du Sud is begonnen.

 

De Croix du Sud een sledehondentocht die gelopen wordt over de route die in 1938 is geëxploreerd door Paul Emil Victor. Paul Emil Victor is een in Frankrijk welbekende ontdekkingsreiziger in vooral Groenland en de Poolgebieden. Geboren in 1907 en al vanaf zijn vroege jeugd droomde hij over deze gebieden. Na zijn basisopleiding volgde hij met succes een studie voor ingenieur, en om zijn dromen te verwe­zenlijken studeerde hij ook nog mathematiek, filosofie en etnologie. Omdat hij nog geen richting aan zijn leven wist te geven, kwam hij via de zeevaartschool in de koopvaardij terecht. De draai van zijn leven kwam in 1934. Hij ontmoette Jean-Baptiste Charcot de toen grote kenner van de poolgebieden en ondernam met hem een expeditie langs de kust van Oost Groenland en bestudeerde daar het leven en welzijn van de Angmagssalik Eskimo’s, in 1937 gevolgd door een tweede expeditie onder zijn leiding. Tijdens deze expeditie maakt hij kennis met de sledehonden en maakte dankbaar gebruik van hun diensten. In 1940 vlucht hij naar Amerika, waar men gebruik maakte van zijn kennis van de arctische gebieden. Hij kreeg de leiding over een groep mensen die de soldaten moesten trainen en begeleiden in overlevings­technieken in poolgebieden. In 1944 keerde hij terug naar Frankrijk om deel te nemen aan de bevrijding. 1946 was een belangrijk jaar voor Paul_Emile Victor. Hij trouwde en organiseer­de een nieuwe expeditie naar Groenland. Gebruik makend van de technieken die hij in de oorlogsjaren geleerd had (Snowscooters, rupsvoertuigen en parachutes) wilde hij de bodem onder het ijs van Groenland onderzoeken, echter het werken met de sledehond gaf hem meer voldoening. Na deze expeditie trekt hij Frankrijk door om lezingen en conferenties te houden en treed in dienst van het Ministerie van overzeese gebiedsdelen, zijn taken liggen vooral op het gebied van Franse expedities en het beheer van het Franse gedeelte van de Zuidpool (Adelie). Hij bekleedt deze post tot aan zijn pensioen in 1976.

 

De CROIX du SUD

Van 16 februari tot 10 maart 1938 gingen Paul-Emile Victor, Michel Perez en zes van hun vrienden van voorgaande expedities in Groenland onder leiding van Luitenant Flotard, instructeur aan de school voor het hooggebergte, voor de eerste keer met sledehonden door het Franse Alpenland. Van Saint-Etienne de Tinée tot Chamonix over de hoge routes van de Alpen. Zij passeerden daarbij 12 cols waarvan twee boven de 3000 meter (de Col de la Noire en de Pic du Thabor) De Croix du Sud die wij nu lopen is precies hetzelfde als die Paul-Emile Victor en zijn vrienden 60 jaar geleden gelopen hebben. Deze wedstrijd is een hommage aan Paul-Emile Victor die in 1995 op 88 jarige leeftijd is overleden. De laatste dagen van deze wedstrijd zullen worden bezocht door de 4 kinderen van Paul-Emile Victor en zij zullen de laatste etappe met honden meelopen.

 

2de etappe Valfrejus - Valfrejus 25 km.

Om de andere sneeuwgebruikers niet al te veel lastig te vallen (een skipiste wordt gedeelte­lijk afgesloten) zijn de starts van een race vaak vroeg in de morgen of zoals vandaag laat in de middag om 1600 uur. Op het programma staat de beklimming van de Col du Frejus 2650 meter hoog. Eerst even de skipiste omhoog en dan een rustige stijging met wat haarspeld­bochten 6 km. lang. Links een bocht om en voor me rijst een enorme sneeuwmuur. Het dikke elastiek dat ik in de treklijnen heb gemaakt om de honden voor harde schokken te behoeden staat strak. De honden trekken de slee met bepakking voor het hooggebergte, zoals een tent, slaapzak, water, kaart, kompas en voedsel voor mens en dier. Mocht er onderweg iets gebeu­ren dan zal de musher zich minstens 24 uur alleen moeten kunnen redden, Ik probeer m’n eigen 80 kg. naar boven te hijsen. Het is een lange klim over een breed goed aangedrukt pad. Eindelijk boven aangekomen staat er een straffe wind en behoorlijk wat stuifsneeuw en in een mum van tijd zakt de temperatuur tot minus 15. Alles op mijn hoofd wat nat is bevriest onmiddellijk en ik moet ondanks mijn gletsjerbril stevig met m’n ogen knipperen om ze niet te laten bevriezen. 8 kilometer duurt deze diepvries. De honden lopen op deze kale vlakte snel, aan de staarten te zien hebben zij het behoorlijk naar de zin. Het kan ook niet anders zij zijn behoorlijk uitgerust voor deze Arctische omstandigheden een perfecte vacht, haren in de oren en tussen de tenen, de ogen met lange wimpers tot spleetjes geknepen. Dan dezelfde weg terug. 

                                                            

Twee benen op de rem en balancerend om de slee recht te houden storten we naar beneden, driemaal moet ik een later gestart tegemoet komend team passeren dat nog met de beklimming bezig is maar de honden lopen geconcentreerd en reageren goed op mijn comman­do’s en twee uur na de start glijden we soepeltjes over de finish.

 

3de etappe Valfrejus - Notre Dame de Neige 40 km. Bivak.

Start om 8.00 uur. De thermometer geeft min 6 aan en er is een wolkeloze hemel, dit wordt vast een prachtige dag. Volgens de kaart moeten de eerste 6 km. hetzelfde zijn als gisteren, waarna de trail afbuigt richting Pic du Thabor. Op dat punt aangekomen echter geen enkele aanwijzing. “ Nou ja”, de kaart is niet echt duidelijk, misschien dat er boven een afsplitsing is, dus weer de schouders er onder en weer die sneeuwmuur richting Col du Frejus naar boven, na 20 minuten klimmen, komt er ineens een team naar beneden gesuisd. In het voorbij gaan brult de musher, verkeerd !!! Omdraaien !!! en dat in het Spaans. Nu is mijn Spaans niet zo goed dat ik direct begrijp wat hij bedoelt, maar twijfel is gezaaid, maar daar komt het volgende team aan. Dit keer gelukkig in het Frans, verkeerde route, terug naar beneden. Mijn nekharen gaan overeind staan, ik sta hier met 8 honden voor de slee op een helling van 20 graden en ik moet omkeren, dit is bijna onmogelijk, tenzij de honden dit uit zichzelf doen. We hebben hier tijdens de trainingen wel iets op geoefend maar dat was in november, ik hoop dat de honden het nog weten. Ik begin op ze in te praten maar voorlopig denkt Nicolai de leider nog niet aan omkeren en hij blijft naar boven doortrekken, ik hou de slee op de rem en blijf doorpraten, dan draait hij zijn kop om en krijg ik eindelijk oogcontact met hem en hij gelooft me! Met een grote boog alle treklijnen strak keren we. Geen enkele hond verward in de lijnen en met een harde ruk gaan we snel naar beneden. Ik sta bijna te juichen, die domme husky’s die geen enkele G en G cursus met goed gevolg kunnen volbrengen leveren hier een staaltje vakwerk, maar geen tijd om na te denken, remmen, bijsturen en balanceren. Beneden aangekomen zijn twee controleposten bezig om de borden neer te zetten en de boel af  te sperren, voor de eerste 15 teams helaas te laat. Het pad wat we nu opgaan is niet zo hard en glad als de vorige klim, maar net iets breder als de slee en met diepe sneeuw is het ploeteren voor ons allemaal, langzaam en slingerend gaan we bergop. Eén uur, twee uur en eindelijk komt de Pic du Thabor in zicht. Hier moeten we overheen 3250 meter hoog. We hadden de Fransen al met ontzag over deze reus horen spreken, maar voorlopig ziet hij er vanuit de verte nog maar klein uit. Het zou echter nog twee uur duren eer ik dit brok steen voorbij ben. 

                 

Twee uur klimmen, soms geleidelijk dan weer steil. Ik kan nu voelen wat de jongens van de expedi­tie op de K2 hebben meegemaakt. 20 stappen naar boven, plateautje in de sneeuw trappen, slee vast zetten zodat hij niet naar beneden glijdt en proberen weer wat lucht in mijn longen te krijgen en weer 20 stappen naar boven.  Op de berg is een soort plateau rond de Pic, weinig sneeuw en veel brokken steen en een spoor zo breed als de slee die diep in de poedersneeuw wegzakt. Op dit gedeelte van de trail staan er om de 200 meter soldaten die via de radio met elkaar in contact staan om een optimale veiligheid te garanderen. Na vier uur ploeteren heb ik het duidelijk moeilijker dan de honden die nog met de staarten zwaaien. Chronisch dorst en aankomende spierpijn zijn mijn problemen. Ik geef de honden een snack ( gaargekookt kopvlees en veel cocosvet) en we maken ons op voor het laatste stuk. Nog een paar heuveltjes over en dan de afdaling in. De afdaling is net zo zwaar als de beklimming de honden zakken diep weg in de poedersneeuw en Trouble met 8 jaar de oudste hond in het team begint duide­lijk vermoeid te raken en ik besluit hem in de sleezak te nemen. Op zijn gemak ligt hij boven­op mijn slaapzak lekker warm in de sleezak tevreden rond te kijken en eindelijk na 5 uur ploeteren komen we in het bivak aan.  

De honden zien de tenten staan en begrijpen schijnbaar direct wat er aan de hand is. Normaal als een wedstrijd afgelopen is en zij hebben de speaker en de muziek aan de finish gehoord willen ze naar de boxen en zijn wat onrustig, maar hier kijken ze rustig rond en zoeken zelfs nog in het tuig al een plekje om te liggen. Ik geef ze een brok hondenworst en een paar stukken stokvis, vreemd genoeg willen ze geen water en dat na zo’n inspanning. Als we wat uitgerust zijn ga ik eens informeren waar de start voor morgen is zodat ik de slee en de honden vast in de goede richting en volgorde kan zetten, dat kan een hoop narigheid voorkomen. Het is lekker weer, zonnig en een wolkeloze hemel, een paar graden boven nul. Ik besluit de tent op te zetten want het kan vannacht best koud worden. De binnen en buitentent zijn snel gevon­den, maar waar zijn de tentstokken, steeds haastiger gegraai in de sleezak maar “ lieve hemel, tentstokken vergeten”.Dat wordt in de openlucht slapen. Ik weet het niet zeker maar ik ontwaar bij de honden die zich al lekker opgerold hebben een grijns om de bekken. Wel, als het niet gaat sneeuwen of stormen is het wel te doen. Voor de zekerheid ga ik toch maar een flink gat graven waar al men spullen en de slaapzak inpassen, want hier op 2500 meter hoogte in het hooggebergte kan het weer in een paar minuten omslaan. Tentzeil erin, isomat en slaapzak er erop. Gaat het stormen dan kan ik altijd nog een flap van het tentzeil over het gat heen trekken zodat er nog enige beschutting is. De honden geloven het verder wel. Twee van de acht honden hebben nog nooit een overnachting na een wedstrijd meegemaakt, maar zij kijken wat de anderen doen, oprollen, neus onder de staart, ogen dicht en ronken. Zelfs een kwartiertje later als de lucht van echte (weliswaar uit blik) Leidse Hutspot over een Franse bergtop waait kijken ze niet meer op. Na nog een beetje gebuurt te hebben bij de Franse collega’s (het is verbazend, de sleezakken zitten afgeladen vol met verplicht mee te nemen materialen zo vol zelfs dat sommigen nog een rugzak nodig hebben om alles mee te kunnen nemen, maar er is altijd wel een plekje voor vaak zelfgemaakt vuurwater) de slaapzak opge­zocht en ondanks de koude nacht ( min 15) goed en warm geslapen.

4de etappe Bivak - Valmeinier 25 km.

Een start uit een bivak is altijd moeilijk. Er is niemand die even een handje kan helpen om de honden vast te houden. Een kwartiertje voor de start ga ik heel rustig om de honden niet op te winden de treklijnen aan de tuigen vastmaken. Van af de slee met één been boven op de rem want het sneeuwanker is in deze poedersneeuw niet te vertrouwen kan ik alle spullen binnen­halen en goed opbergen in de sleezak. Eigenlijk ziet het er overdreven uit want de honden liggen nog steeds opgerold te slapen, maar wanneer er eentje begint met jakkeren in het tuig doen ze allemaal mee en kan een team zo verdwenen zijn  een “stop, stop, stop” roepende musher vertwijfeld achterlatend. Maar gelukkig zijn de meeste honden ervaren en dertig seconden voor mijn start staan ze op, rekken zich uit en zijn er weer helemaal klaar voor, ook Trouble die geen spoor van vermoeidheid meer vertoond. Vandaag een makkie. Een paar steile klimmetjes, maar overwegend loopt de trail van 2500 naar 1800 meter en voor de lunch denderen we over een skipiste tussen de skiërs het dorp Valmeinier binnen. De honden vinden het prachtig weer tussen de mensen te zijn,  zeker al die kindertjes van een plaatselijk schooltje die voor deze gelegenheid vrijaf hebben gekregen en al die kleine handjes die willen aaien, een sledehondenleven is zo slecht nog niet.

 

5de etappe Valmeinier 1500 - Valmeinier 1800  5 km.

  Dit wordt een avondloop. Valmeinier is een druk skioord en omdat een groot gedeelte van de trail over de skipistes gaat en de piste s’avonds gesloten is, kunnen wij aan de slag. Met de auto naar Valmeinier 1500 gereden. Dit is maar een klein dorpje met een minimum aan parkeerplaatsen en de moeilijkheid van deze avond wordt een parkeerprobleem. De start is in het centrum en iedereen wil zo dicht mogelijk bij de start staan. Uiteindelijk vinden we een plekje niet te ver van de start maar met de achterkant van de auto praktisch in de hal van een plaatselijk verenigingsgebouwtje. “A la”, met een half uurtje zijn we weer weg. De honden lopen graag in het donker. Achter ieder boompje of bobbeltje kan er iets interessants zitten wat het bekijken, besnuffelen of erger even beetpakken waard is. Echter dit is maar een kort trailtje, maar we stijgen in 4 km. van 1500 tot 2000 m. met een steile val terug naar 1800 m. Op lange trajecten moeten de krachten verdeeld worden maar op zo’n kort stukje wil je er even vol tegenaan maar dat viel goed tegen, 4 km zwoegen en stoempen om boven te komen en dan een steile val wat evenveel energie kost. Total loss gaan we na 20 min over de finish.

6de etappe Valmeinier 1500 - Valloire 12 km.

  De start voor deze loop zal om 16.00 uur zijn. Dus de honden om 15.00 uur in de boxen en naar de startplaats gereden. Een smalle weg net even buiten het dorp en wederom een par­keerprobleem. De start is zeker 500 meter bij de auto vandaan dus snel beginnen we met alle spullen naar boven te slepen. De slee met bepakking die rond de 60 kg. weegt, de stake out en daarna de 8 honden. We zijn bekaf voor alles bij de start is. Dan Musher-meeting: de finish aanloop in Valloire is zo druk met skiërs, daar kunnen we onmogelijk met de honden tussen komen, de start zal 18.00 uur zijn. Nu komen de mushers in opstand. Voor iedere wedstrijd die we lopen worden de honden goed verzorgd. Vier uur voor een wedstrijd worden ze gevoerd, twee uur voor een wedstrijd laten we de honden drinken veel water  (1 liter per hond) met wat vlees, een uur voor een wedstrijd water met slagroom. Het maakt niet uit of een wedstrijd om 7.00 of om 16.00 uur is om de honden optimaal te verzorgen moeten we deze cyclus volgen. Op deze langeafstandswedstrijden is het niet ongewoon dat midden in de nacht de mushers met voer en waterbakken tussen de honden scharrelen. De honden zijn dit gewend en maken gelukkig voor de dorpelingen geen lawaai. Als een start twee uur wordt uitgesteld valt dit hele systeem in de war en kunnen de honden onderweg in de problemen komen. Nu is de afstand van deze wedstrijd niet zo erg lang dus vermoedelijk komt het gemor door de vermoeidheid van de mushers, die nu al zes dagen tegen de bergen oprennen. In ieder geval geen keus dus start om 18.00 uur en in het donker lopen. De trail is niet te moeilijk, wat lichte stijgingen, door de slechte markeringen zelfs even zoeken waar we heen moeten met een spektakel op het einde. De finish is onderaan een z.g. buckelpiste en iedere spier in het lichaam is gespannen om heelhuids beneden te komen. Gelukkig blijven de zware sleden allemaal heel. Kortom vandaag was het niet zo geslaagd.

 

7de etappe Valloire - Les Verneys 30 km.

  Vandaag staat er een heftige etappe op de kaart. Een lange klim van Valloire via La Plagnette op 2100 m. de Col de la Pissine 2800 m. en de Col des Rochilles 2600 m. En dan voor de Col de Galibier (bekend van de Tour de France) langs langzaam dalend naar Les Verneys. Om alle deelnemers snel het drukke dorp Valloire uit te krijgen hebben we vandaag een massa­start en wel op de buckelpiste van gisteren maar nu naar boven. Zo’n massastart is voor het publiek altijd een leuk gezicht. Alle teams, in dit geval 25 met rond de 200 honden staan naast elkaar,  het gehuil van de honden is oorverdovend. De musher en zijn helper moeten nu goed op elkaar ingespeeld zijn want we kunnen elkaar niet meer verstaan. Communicatie gebeurt door middel van vingers, platte hand of gesloten vuist. Als het startdoek valt, een schot is niet meer te horen, schieten alle teams naar voren en valt er een doodse stilte. Zonder dat er ook maar één hond naar een ander kijkt zijn de teams onderweg en het ski publiek kan zijn gang weer gaan.  

De trail (op de eerste hobbels na) is goed en breed ook over de Cols. De honden en ik beginnen zo langzamerhand goed te wennen aan de ijle lucht en in een lekker tempo draven ze naar boven en ik kan goed meesteppen en lopen. Hoewel het er vaak uitziet dat de musher niet meer hoeft te doen dan de honden onder controle te houden is het hier in het hooggebergte wel anders. De gehele weg moet er gelopen, geduwd en gestept worden en in afdalingen hard geremd en sturen wat ook de nodige spierkracht vergt, maar net als de honden groeit de musher in de wedstrijd. Aan het einde van de trail nog een klein probleem met een vrachtauto die midden op de trail staat en een bruggetje zonder sneeuw waar men wel klaar staat met een schep maar nog niet begonnen was om de brug vol te scheppen. Behoorlijk moe maar zeer voldaan bereiken we na twee uur de finish.

 

8 ste etappe Les Verneys - Valmeinier 35 km.

  Vandaag krijgen we de koninginnenrit voorgeschoteld. De Col des Rochilles met 17 serpenti­nebochten naar boven, een behoorlijke afdaling gevolgd door de beklimming van de Col de la Pissine en nog twee mij onbekende Cols, dan zeer langzaam dalend naar Valmeinier. Deze rit zou eerst 40 km. zijn maar de weersverwachtingen zijn slecht,  zware sneeuwval in de mid­dag. Wat in het dal een leuk sneeuwbuitje is kan boven op de berg een sneeuwstorm zijn en kunnen er ongelukken gebeuren waar niemand op te zit te wachten (we lopen al de hele week met lawinepiepers op het lichaam) dus de organisatie besluit de trail in te korten en om iedereen snel weg te krijgen weer een massastart. De beklimmingen zijn zwaar maar we komen goed boven, het uitzicht is enorm, de honden werken perfect en nog een dun waterig zonnetje. Echter het venijn zit in de staart. Met nog 5 km. te lopen wordt het pad smal wat zeg ik, niet breder dan de slee is. Links een bergwand, rechts een gat 20 meter diep. Vertwij­feld vraag ik me af of ik ergens verkeerd ben gelopen, maar nee er zijn ook sporen van andere sleden en hondepoten dus het moet goed zijn. Dan maar eens kijken hoe we dit oplossen. Het smalle stuk is maar een meter of vijftien lang en daarna schijnt het weer breder te worden. Driemaal diep ademhalen en daar gaan we. Eén glijder over de rand, de andere ongeveer in het midden van het pad en de slee goed schuin van de diepte af, één voet op de glijder en met de andere sturen en remmen. De honden doen het perfect, zij schijnen het gevaar te onderken­nen en lopen heel rustig over het pad. Als we er over zijn stroomt het zweet over mijn gezicht en dat zal niet van de inspanning zijn. We komen onderaan het dorp uit en de laatste 200 meter moeten we nog even flink klimmen.

 

9de etappe Valmeinier 1500 - Valmeinier 1800

  Zware sneeuwval. Het zicht is amper 20 meter en de organisatie moet besluiten om de laatste etappe van 25 km. in te korten. Men besluit er een publieksrondje van te maken en dus hetzelfde klimmetje wat we al eerder gedaan hebben, maar om de mushers te plezieren met een slee zonder bepakking,” wel dat scheelt een slok op een borrel”. Als eersten gaan de kinderen van Paul Emil Victor. In tegenstelling tot hun vader hebben zij geen van allen ooit op een slee gestaan, maar de honden waarmee zij lopen zijn afkomstig van de plaatselijke sledehondenschool en zijn gewend dat de leerlingmushers wel eens van de slee afvallen en dan stoppen ze en wachten rustig tot de leerling weer op de slee staat. Het wordt voor ieder­een een pleziertochtje en een prettig besluit van een fenomenale tocht. Na nog een afscheids­drankje en nog een prettig gesprek met Stephane Victor die goed Engels spreekt proberen we voor de weg dicht sneeuwt nog uit de bergen te komen en de thuisreis te aanvaarden.

  Leo den Ouden

 

Terug naar verhalen